Fanatieke sporters en stresskippen opgelet: krijg jij wel voldoende magnesium binnen? Het ontspant de spieren, verhoogt de weerstand en geeft stevigheid aan het skelet. Eigenlijk is het dus een onverwachte held voor elk orgaan in het lichaam. Maar stel dat je een tekort hebt van dit ‘anti-stress-mineraal’, kun je het dan beter slikken of smeren?

Het mineraal magnesium is een ware held voor elk orgaan in het lichaam. Het ontspant de spieren, verhoogt de weerstand en geeft stevigheid aan het skelet. En dat lijstje kan nog worden aangevuld met tientallen andere functies. Maar wat als je een tekort hebt en je dit niet kunt opschroeven met een dosis magnesiumrijke voeding? Twee keuzes: tabletten slikken of magnesiumolie smeren. Wat zijn de voor- en nadelen? En hoe werkt het?

1. Tabletten slikken

Sport je fanatiek? Goed bezig! Maar door te transpireren, verlies je veel magnesium. Een magnesiumsupplement is dan de overweging waard. Ook bij mensen die het mineraal slecht kunnen absorberen of een langdurige periode van stress hebben, kunnen baat hebben bij een magnesiumsupplement. Maar de supplementen kunnen wel laxerend werken en niet elk tablet is even goed. Zo bestaan sommige tabletten uit magnesiumoxide. Het schijnt dat je met deze vorm magnesium niets kan. Verricht daarom geen onderzoek op eigen houtje, maar overleg met je huisarts.

2. Magnesiumolie smeren

Naast tabletten, bestaat er ook magnesiumolie. Dit is eigenlijk geen olie, maar het smeert wel fijn. Deze vorm van magnesium zou makkelijker worden opgenomen. Je kunt magnesiumolie op je huid sprayen en inwrijven of een paar keer per week een (voeten)bad nemen. Een andere optie is je later masseren met deze olie of gewoon jezelf een massage geven.

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid magnesium

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid magnesium is 250-350 milligram voor vrouwen en 300-350 milligram voor mannen. Naast tabletten slikken en magnesiumolie smeren, kun je het ook binnenkrijgen via voeding. Hoe donker de groente, hoe meer magnesium het bevat. Denk dus aan groene bladgroenten, maar ook noten, zaden, avocado en banaan.