Je kunt je maaltijd op smaak brengen met geluid, de kleur van je bord bepaalt hoe je eet en proeven doe je vooral met je neus. Waarom smaakt iets zoals het smaakt? Experimenteel psycholoog Charles Spence legt uit hoe onze zintuigen zich laten manipuleren en welke marketingtrucs daarvoor worden gebruikt.

Experimenteel psycholoog Charles Spence houdt zich al jaren bezig met de eet- en smaakervaring. Hij schreef er zelfs een boek over: ‘Gastrofysica’. Want hoe kan het nu dat niet alleen de tong, maar ook andere zintuigen invloed hebben op onze smaakbeleving? Vijf feiten op een rij.

1. Proeven doe je vooral niet met je tong

“Onze zintuigen worden gemanipuleerd door hoe iets voelt, hoe iets eruitziet, hoe het ruikt, hoe het genoemd wordt en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt in restaurants, vliegtuigen en zelfs in de supermarkt”, weet professor Charles Spence. “Ruiken, zien, horen, voelen en proeven spelen allemaal een rol in wat wij smaak noemen. Smaak bestaat eigenlijk niet. Ons brein bundelt alle zintuiglijke belevingen aan elkaar, koppelt het aan de tong en noemt dat smaak. Maar de tong is niet het belangrijkste smaakorgaan. 75 tot 95 procent komt binnen via de neus en retronasale perceptie: aroma’s die vanuit onze mond naar de neus gaan als we kauwen. Daarna volgen de ogen, de oren, de aanrakingszin en daarna komt pas de tong.”

2. Hoe meer ons eten kraakt, hoe lekkerder

“Chips kraakt niet voor niets. Mensen zijn dol op krakend voedsel tussen hun tanden. De reden dat popcorn en chips in overvloed verkrijgbaar zijn in de bioscoop, is puur een marketingtruc. En zeg nou zelf: niemand houdt toch van een saaie niet-knapperige bitterbal? Hoe meer ons eten geluid maakt, hoe meer we het waarderen. De smaak blijft ook langer hangen dan bij producten die geen ‘geluid’ maken. Nog zoiets: eten uit de hand smaakt altijd lekkerder. Het verklaart de populariteit van de hamburger.”

3. Noem iets een salade en het klinkt gezond

“Is een salade altijd gezond? Nee, maar noem iets ‘salade’ en mensen denken meteen dat het gezond is. Het is allemaal een truc, want de ingrediëntenlijst laat vaak wat anders zien. Dat geldt ook voor producten met de labels ‘ambachtelijk’ en ‘afkomstig van de boerderij’. Het klinkt dan direct beter en puur en smaakt uiteindelijk lekkerder, terwijl het gewoon uit de fabriek komt.”

4. Zien eten, doet eten

“We kennen allemaal de foto’s, grote billboards en reclames waarbij calorierijke producten de hoofdrol krijgen. Ze lijken onschuldig, maar een filmpje van een bord met lasagne waar de gesmolten kaas vanaf druipt doet wat met ons brein. Bij een aanblik alleen al beeld je je in hoe het smaakt en verleidt dit je indirect tot het maken ongezonde keuzes. Zien eten, doet eten. Hoe meer iemand naar eten kijkt, op tv en foto’s, hoe dikker hij of zij is. Dat is het gevaar en daar wordt handig op ingespeeld. Wist je dat ze in snackbars en hamburgertenten bewust up-tempo muziek afspelen? Daardoor ga je sneller én uiteindelijk wéér meer eten.”

5. In gezelschap eet je meer

Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En dat geldt ook aan tafel, weet Spence. “Uit onderzoek blijkt dat wanneer we met drie anderen dineren, we 75 procent meer eten dan alleen. Dankzij de gezelligheid smaken de gerechten beter en schep je zonder na te denken gerust een tweede of derde keer op. Je bent namelijk niet bewust met je eten bezig.”

Wist je dat je minder kunt snacken door je brein te manipuleren?