“Je suiker is zeker niet goed, je doet zo chagrijnig!” Herken je dat? Krijg je dit ook wel eens te horen? Op dat moment irriteert het je alleen nog maar meer; achteraf moet je bekennen dat ze gelijk hadden. Hoe komt het dat diabetes invloed heeft op je stemming?

 

Vooral de lage bloedglucosewaarden zijn voor veel mensen de boosdoeners. Te hoog voelt ook niet prettig; je bent moe, voelt je “wazig”, wat neerslachtig en soms ben je snel geïrriteerd. Maar voor de meeste mensen met diabetes geldt: hoe lager de bloedglucose, hoe slechter de stemming.

Driftbuien bij diabetes

Anne: “Ik kan soms zo ontzettend onredelijk zijn als ik een lage bloedsuiker heb. Als vrienden dan tegen me zeggen dat ik chagrijnig ben door mijn diabetes, word ik alleen nog maar bozer. Achteraf weet ik precies wat er aan de hand was en baal ik dat ik niet op tijd heb ingegrepen, dat ik het weer zo ver heb laten komen.”

Wat gebeurt er? “Je lichaam, dus ook je hersenen, hebben glucose nodig om te kunnen functioneren”, legt psychologe Giesje Nefs uit. “De glucose wordt door je bloed aangevoerd; hersenen kunnen glucose niet ergens opslaan of zelf aanmaken. Als de hoeveelheid glucose in je bloed dus erg ver zakt, wordt er minder glucose naar de hersenen aangevoerd.”

De hersenen beschikken over verschillende trucjes om die daling van de bloedglucose op te vangen. Eerst worden hormonen afgescheiden, waarbij je ook vaak de waarschuwingssignalen van een hypo ervaart, zoals zweten, trillen, hartkloppingen, honger of een gejaagd of zenuwachtig gevoel. “Als de bloedsuiker nog verder daalt, krijgen de hersenen echt te weinig glucose. Dat is merkbaar door bijvoorbeeld verlies van concentratie, sufheid en problemen met praten.”

“Weer een stap verder kun je het bewustzijn verliezen. Vaak geven mensen aan dat ze sneller geïrriteerd of meer prikkelbaar zijn tijdens een hypo. Dat hangt samen met de lage bloedsuiker zelf, maar ook met het feit dat mensen minder kunnen hebben als ze een hypo hebben. Driftbuien en in een enkel geval zelfs woede-uitbarstingen komen ook voor, die hebben ook te maken met het glucosetekort in de hersenen.”

Boos tijdens hypo

Het komt voor dat mensen enorm boos zijn tijdens een hypo, en zich daar later niets van herinneren. Wel voelen zij zich schuldig en het maakt hen bang voor herhaling.

Probeer zelf zo goed mogelijk de waarschuwingssignalen te herkennen. En, hoe lastig ook, het is aan te raden de signalen van de mensen om je heen serieus te nemen! Toch je bloedglucose controleren en zo nodig extra koolhydraten nemen. Zeker als je al langere tijd diabetes hebt en hypo’s niet goed meer voelt aankomen, zijn signalen uit je omgeving heel belangrijk. Voor jezelf om je bloedglucose weer op orde te krijgen en om grote irritaties en schuldgevoelens te voorkomen!

Irritatie en schuldgevoel bij diabetes

Roel: “Hypo’s maken mij echt boos en dat vind ik zelf vreselijk. Als ik een hypo heb, zit ik in een soort waan. Naar mijn idee proberen mijn hersenen er met alle kracht en energie die ik nog heb zelf uit te komen. Vanuit dat halve bewustzijn, reageer ik heel heftig op prikkels die binnenkomen. Ik word heel boos en dat vind ik vreselijk, zeker naar de kinderen toe.”

“Volgens mijn vrouw wordt het pas echt lastig als ik bij een aankomende hypo weiger om dextro’s te nemen. In mijn ‘waan’ denk ik dat ik het niet nodig heb, of dat ik er zelf wel bovenop kom. Maar dat is niet het geval.”

“Vanuit dat halve bewustzijn, reageer ik heel heftig op prikkels die binnenkomen. Dat kan van de tv zijn of van wat mijn vrouw of de kinderen tegen me zeggen. De boosheid is gelukkig nooit op hen gericht, maar puur op mezelf. Ik word zo sterk als een oermens, probeer me te ontworstelen aan hun bemoeienis of van wat ik dan beleef, spring vaak door de kamer, sla om me heen en slaak oerkreten uit.”

Angst tijdens een hypo

“Typerend, zo vertelt mijn vrouw, is dat ik me vaak met beide handen in mijn nek pak en me helemaal klein maak. Angst, proberen van me af te slaan of bang voor alle impulsen, zijn volgens mij gevoelens die ik dan probeer weg te slaan.” 

“Soms herinner ik me het wel een klein beetje, maar meestal niet. Dan hoor ik dus dat ik me zo enorm boos heb gedragen. Vreselijk vind ik dat, zeker naar de kinderen toe. Dat is heel bedreigend voor hen. En dat is natuurlijk het laatste wat ik wil zijn.” 

“En, iedere keer weer ben ik kapot, moe en zeg dat het zo niet langer kan. Dat dit echt de laatste keer was. Het is zo uitputtend, afmattend. Na zo’n afmattende hypo voel ik me vaak behoorlijk neerslachtig. Ik word er onzeker van en ik heb er fysiek last van. Blauwe plekken, schaafwonden of bijvoorbeeld pijn in mijn rug of nek, vanwege de onstuimige bewegingen die ik heb gemaakt. Vooral voor mijn vrouw en de kinderen is het vaak emotioneel. Hypo’s maken mij onveilig en onvoorspelbaar. Iets wat ik absoluut niet wil!”